Met Peter Franken, grondlegger en eerste directeur van Stichting En Route, kijken we terug op de afgelopen 25-jaar, het jubileumfeest en het moment van afscheid. 

“Vandaag moet ik niks”

 

[stichting En Route is vanaf 2015 een onderdeel van de Nico Adriaans Stichting en heet NAS En Route] 

Op 21 september nam Stichting En Route officieel afscheid van haar grondlegger en daarmee eerste directeur. Een grote stap voor de stichting en tevens een grote stap voor Peter Franken. Nu hij langzaamaan heeft kunnen wennen aan het leven als gepensioneerde, is het tijd voor een interview waarin we terug kijken op het afscheid en de afgelopen 25 jaar.

 

21 september, het 25-jarig jubileum

 

De dag dat je begint met werken weet je dat er een dag komt dat je gaat stoppen, vanaf wanneer ben jij daar naartoe gaan werken?

 

“Ik besef nu dat ik daar eigenlijk pas twee weken van te voren, toen ik een dag minder ben gaan werken, mee begonnen ben. Voor die tijd kwam dat er niet van. De stichting heeft een kleine bezetting dus al een jaar van te voren minder gaan werken behoorde nou eenmaal niet tot de opties. Wat mij betreft ook prima, ik heb daar nooit bij stil gestaan of moeilijk over gedaan.”

 

Was de overstap dan niet erg confronterend?

 

“Op de bewuste dag van afscheid, de 21e, toen dacht ik pas ‘Hé, maandag hoef ik niet meer te werken’, dat hakt er dan wel even in. Maar aan de andere kant is het erg prettig dat dat besef pas toen kwam, wanneer ik al maanden van de voren was gaan aftellen had ik me waarschijnlijk minder kunnen focussen op de werkzaamheden van dat moment. Dan ga je zaken misschien wel afraffelen of krijg je een gevoel van ‘laat maar zitten, het is toch bijna klaar’.”

 

Dat klinkt alsof het pensioen niet is iets waar je naar uitkeek.

 

“Nou, het was een dubbel gevoel. Ik heb vaak gedacht ‘Fijn! Dan ga ik een beetje dit doen en een beetje dat, minder zorgen over het wel en wee van de stichting’, maar er waren ook momenten dat ik met een knoop in mijn maag dacht aan het moment dat het zover zou zijn. Maar zoals ik al zei heb ik daar nooit lang bij stil gestaan, ‘dat zien we dan wel’ dacht ik dan.”

 

De dag waarop het 25-jarig jubileum werd gevierd nam jij ook afscheid en droeg je het stokje over aan Sanne Jense, hoe heb jij deze dag ervaren?

 

“Heel leuk, echt heel leuk. Ik kon me er van te voren geen voorstelling van maken omdat alles in het geheim was georganiseerd. Natuurlijk ga ik me dan ook zorgen maken over wat me te wachten staat.”

 

Maar dat viel mee?

 

“Ja, absoluut. Ik vond het ontzettend leuk om alle oud-collega’s en kennissen te zien, we hebben veel gelachen en herinneringen opgehaald. De taarten en hapjes waren uitstekend, iets om zeker trots op te zijn dat deelnemers dat hebben verzorgd. En natuurlijk de Erasmusspeld. Ik heb altijd gezegd ‘als ze maar niet met spelden of lintjes aan komen zetten, daar hou ik niet van’, maar toch moet ik toegeven dat ik me vereerd voelde toen ik van de wethouder de Erasmusspeld overhandigd kreeg.”

 

Je zei dat je je zorgen hebt gemaakt over de dag, waar was je bang voor?

 

“Ik kreeg een dag van te voren de opdracht om een tas met slaapspullen mee te nemen. Vanaf dat moment ben ik gaan malen wat dat allemaal zou kunnen betekenen. Toen het idee in me opkwam dat er misschien wel een dropping of outdoortocht was georganiseerd zag ik ontzettend op tegen het avondprogramma. Gelukkig viel het allemaal mee en werd het een hele gezellige avond waarwe we met z’n allen tot in de late uurtjes - rond een groot kampvuur - veel hebben gelachen, gepraat en de restjes taart en hapjes op hebben gegeten. Zeker een waardig afscheid!”

 

25 jaar Stichting En Route

 

25 jaar directeur van Stichting En Route, dat is lang.

 

“Dat is zeker lang. Ik denk dat het tegenwoordig nog weinig voorkomt dat iemand zo’n lange tijd bij hetzelfde bedrijf werkt en op die manier de opbouw ervan meemaakt. Ik ben in de hulpverlening begonnen toen ik 27 jaar was en, zoals ik ook vertelde in mijn afscheidsspeech, betekend dat, dat ik dus 38 jaar lang heb gewerkt in dezelfde branche, waarvan 25 jaar bij hetzelfde bedrijf. Dat is natuurlijk ontzettend lang! Ik heb echt een geweldig leuke tijd gehad en, dit is cliché, maar wat is het ontzettend snel gegaan.”

 

In 25 jaar gebeurt er natuurlijk een hele hoop, zijn er toch momenten die er voor jou bovenuit steken?

 

“Ik heb tegenwoordig genoeg tijd om daar over na te denken, om alles nog eens te overdenken en jeetje, wat hebben we veel gedaan! De mooiste herinneringen zijn toch toe te schrijven aan de lange, avontuurlijke en daarmee ook zeer zware tochten die we gedaan hebben. In de beginjaren heb ik met een stuk of vijf, zes jongens een tocht gemaakt langs een oude spoorbaan van België naar Luxemburg. Het was januari, koud en overal lag sneeuw. We hadden geen tenten maar bivakzakken, om het avontuur nog net even iets uitdagender te maken. Ik zal nooit vergeten dat we op een middag aankwamen bij een rivier, we konden geen kant op, we moesten er doorheen. Op het moment dat ik met blote benen, broek op mijn hoofd en mijn hond onder mijn arm door dat ijswater ploeterde vroeg me af waarom ik dit in godsnaam een goed idee had gevonden en verlangde ik even naar huis, maar zodra we allemaal de overkant hadden bereikt en de jongens zo trots waren dat zij dit samen hadden bereikt gaf me dat weer moed om door te gaan. Zeker een moment om nooit te vergeten. Daarnaast denk ik ook met veel plezier terug aan de reizen naar Nepal en Cambodja waar we nog niets kenden en toch projecten op wilden zetten. Die verkenningsreizen waren voor mij echt de mooiste dingen om te doen en die zal ik dan ook nooit vergeten.”

 

Het Cambodjaproject is onlangs afgesloten, liggen er nog nieuwe plannen op de tekentafel? Je pensioen sluit immers niet uit om zo iets nog een keer te ondernemen, toch?

 

“Het pensioen sluit dat zeker niet uit, maar verre ontwikkelingshulpprojecten en de zware outdoortochten zijn voorlopig wel uitgesloten voor de stichting. De beginjaren en de tijd waarin we nu zitten zijn haast niet meer met elkaar te vergelijken omdat de financiële situatie enorm is veranderd. Nepal en Cambodja hebben we kunnen ontwikkelen door steun van de Europese Unie, maar hier is tegenwoordig geen sprake meer van. Fondsen zijn gedwongen om steeds meer te kijken naar ‘hoeveel deelnemers kunnen we bereiken met zo min mogelijk geld?’, ook zij hebben minder te besteden. In de beginjaren ging ik naar Australië voor een conferentie, het kon allemaal! Zoiets is nu absoluut ondenkbaar.”

 

Hoe zie jij de toekomst van de stichting tegemoet?

 

“Natuurlijk maak ik me zorgen. Steeds minder geld, steeds minder mogelijkheden: dat maakt het voor ons erg moeilijk om te blijven doen wat we de deelnemers willen bieden. Maar met dat probleem heeft de stichting al jaren te maken en steeds weten we ons hoofd boven water te houden. Zoals dat ook zo goed naar voren kwam in de eenmalige uitgave van de PETER (een glossy, gemaakt voor het 25-jarig bestaan van Stichting En Route red.), is de stichting flexibel op zo’n manier dat wij ons constant kunnen aanpassen aan de vraag vanuit de politiek. Dat is echt de kracht van de stichting en ik voorspel dat er zeker manieren zijn om door deze “ijstijd” heen te komen.”

Volgens mij neem je nooit echt helemaal afscheid van de stichting, of wel?

“Ik denk dat dat voor mij inderdaad onmogelijk is! Sowieso houd ik mij nu nog bezig met fondsenwerving en ondersteun ik Sanne in haar nieuwe functie als directeur. Eigenlijk ben ik nu pas aan het afbouwen en tot nu toe gaat me dat goed af, al is het verschrikkelijk wennen om zo nu en dan wakker te worden met de gedachte ‘vandaag moet ik niks’.

Stichting En Route nam officieel afscheid van haar grondlegger en daarmee eerste directeur. Een grote stap voor de stichting en tevens een grote stap voor Peter Franken. Nu hij langzaamaan heeft kunnen wennen aan het leven als gepensioneerde, is het tijd voor een interview waarin we terug kijken op het afscheid en de afgelopen 25 jaar.

Het 25-jarig jubileum
De dag dat je begint met werken weet je dat er een dag komt dat je gaat stoppen, vanaf wanneer ben jij daar naartoe gaan werken?
“Ik besef nu dat ik daar eigenlijk pas twee weken van te voren, toen ik een dag minder ben gaan werken, mee begonnen ben. Voor die tijd kwam dat er niet van. De stichting heeft een kleine bezetting dus al een jaar van te voren minder gaan werken, behoorde nou eenmaal niet tot de opties. Wat mij betreft ook prima, ik heb daar nooit bij stil gestaan of moeilijk over gedaan.”

Was de overstap dan niet erg confronterend?
“Op de bewuste dag van afscheid, de 21e, toen dacht ik pas ‘Hé, maandag hoef ik niet meer te werken’, dat hakt er dan wel even in. Maar aan de andere kant is het erg prettig dat dat besef pas toen kwam, wanneer ik al maanden van de voren was gaan aftellen had ik me waarschijnlijk minder kunnen focussen op de werkzaamheden van dat moment. Dan ga je zaken misschien wel afraffelen of krijg je een gevoel van ‘laat maar zitten, het is toch bijna klaar’.”

Dat klinkt alsof het pensioen niet is iets waar je naar uitkeek.
“Nou, het was een dubbel gevoel. Ik heb vaak gedacht ‘Fijn! Dan ga ik een beetje dit doen en een beetje dat, minder zorgen over het wel en wee van de stichting’, maar er waren ook momenten dat ik met een knoop in mijn maag dacht aan het moment dat het zover zou zijn. Maar zoals ik al zei, heb ik daar nooit lang bij stil gestaan, ‘dat zien we dan wel’ dacht ik dan.”

De dag waarop het 25-jarig jubileum werd gevierd nam jij ook afscheid en droeg je het stokje over aan Sanne Jense, hoe heb jij deze dag ervaren?
“Heel leuk, echt heel leuk. Ik kon me er van te voren geen voorstelling van maken omdat alles in het geheim was georganiseerd. Natuurlijk ga ik me dan ook zorgen maken over wat me te wachten staat.”

Maar dat viel mee?
“Ja, absoluut. Ik vond het ontzettend leuk om alle oud-collega’s en kennissen te zien, we hebben veel gelachen en herinneringen opgehaald. De taarten en hapjes waren uitstekend, iets om zeker trots op te zijn dat deelnemers dat hebben verzorgd. En natuurlijk de Erasmusspeld. Ik heb altijd gezegd ‘als ze maar niet met spelden of lintjes aan komen zetten, daar hou ik niet van’, maar toch moet ik toegeven dat ik me vereerd voelde toen ik van de wethouder de Erasmusspeld overhandigd kreeg.”

Je zei dat je je zorgen hebt gemaakt over de dag, waar was je bang voor?
“Ik kreeg een dag van te voren de opdracht om een tas met slaapspullen mee te nemen. Vanaf dat moment ben ik gaan malen wat dat allemaal zou kunnen betekenen. Toen het idee in me opkwam dat er misschien wel een dropping of outdoortocht was georganiseerd zag ik ontzettend op tegen het avondprogramma. Gelukkig viel het allemaal mee en werd het een hele gezellige avond waarwe we met z’n allen tot in de late uurtjes - rond een groot kampvuur - veel hebben gelachen, gepraat en de restjes taart en hapjes op hebben gegeten. Zeker een waardig afscheid!”

25 jaar Stichting En Route
25 jaar directeur van Stichting En Route, dat is lang.
“Dat is zeker lang. Ik denk dat het tegenwoordig nog weinig voorkomt dat iemand zo’n lange tijd bij hetzelfde bedrijf werkt en op die manier de opbouw ervan meemaakt. Ik ben in de hulpverlening begonnen toen ik 27 jaar was en, zoals ik ook vertelde in mijn afscheidsspeech, betekend dat, dat ik dus 38 jaar lang heb gewerkt in dezelfde branche, waarvan 25 jaar bij hetzelfde bedrijf. Dat is natuurlijk ontzettend lang! Ik heb echt een geweldig leuke tijd gehad en, dit is cliché, maar wat is het ontzettend snel gegaan.”

In 25 jaar gebeurt er natuurlijk een hele hoop, zijn er toch momenten die er voor jou bovenuit steken?
“Ik heb tegenwoordig genoeg tijd om daar over na te denken, om alles nog eens te overdenken en jeetje, wat hebben we veel gedaan! De mooiste herinneringen zijn toch toe te schrijven aan de lange, avontuurlijke en daarmee ook zeer zware tochten die we gedaan hebben. In de beginjaren heb ik met een stuk of vijf, zes jongens een tocht gemaakt langs een oude spoorbaan van België naar Luxemburg. Het was januari, koud en overal lag sneeuw. We hadden geen tenten maar bivakzakken, om het avontuur nog net even iets uitdagender te maken. Ik zal nooit vergeten dat we op een middag aankwamen bij een rivier, we konden geen kant op, we moesten er doorheen. Op het moment dat ik met blote benen, broek op mijn hoofd en mijn hond onder mijn arm door dat ijswater ploeterde vroeg me af waarom ik dit in godsnaam een goed idee had gevonden en verlangde ik even naar huis, maar zodra we allemaal de overkant hadden bereikt en de jongens zo trots waren dat zij dit samen hadden bereikt gaf me dat weer moed om door te gaan. Zeker een moment om nooit te vergeten. Daarnaast denk ik ook met veel plezier terug aan de reizen naar Nepal en Cambodja waar we nog niets kenden en toch projecten op wilden zetten. Die verkenningsreizen waren voor mij echt de mooiste dingen om te doen en die zal ik dan ook nooit vergeten.”

Het Cambodjaproject is afgesloten, liggen er nog nieuwe plannen op de tekentafel? Je pensioen sluit immers niet uit om zo iets nog een keer te ondernemen, toch?
“Het pensioen sluit dat zeker niet uit, maar verre ontwikkelingshulpprojecten en de zware outdoortochten zijn voorlopig wel uitgesloten voor de stichting. De beginjaren en de tijd waarin we nu zitten zijn haast niet meer met elkaar te vergelijken omdat de financiële situatie enorm is veranderd. Nepal en Cambodja hebben we kunnen ontwikkelen door steun van de Europese Unie, maar hier is tegenwoordig geen sprake meer van. Fondsen zijn gedwongen om steeds meer te kijken naar ‘hoeveel deelnemers kunnen we bereiken met zo min mogelijk geld?’, ook zij hebben minder te besteden. In de beginjaren ging ik naar Australië voor een conferentie, het kon allemaal! Zoiets is nu absoluut ondenkbaar.”

Hoe zie jij de toekomst van de stichting tegemoet?
“Natuurlijk maak ik me zorgen. Steeds minder geld, steeds minder mogelijkheden: dat maakt het voor ons erg moeilijk om te blijven doen wat we de deelnemers willen bieden. Maar met dat probleem heeft de stichting al jaren te maken en steeds weten we ons hoofd boven water te houden. Zoals dat ook zo goed naar voren kwam in de eenmalige uitgave van de PETER (een glossy, gemaakt voor het 25-jarig bestaan van Stichting En Route red.), is de stichting flexibel op zo’n manier dat wij ons constant kunnen aanpassen aan de vraag vanuit de politiek. Dat is echt de kracht van de stichting en ik voorspel dat er zeker manieren zijn om door deze “ijstijd” heen te komen.”

Volgens mij neem je nooit echt helemaal afscheid van de stichting, of wel?
“Ik denk dat dat voor mij inderdaad onmogelijk is! Sowieso houd ik mij nu nog bezig met fondsenwerving en ondersteun ik Sanne in haar nieuwe functie als directeur. Eigenlijk ben ik nu pas aan het afbouwen en tot nu toe gaat me dat goed af, al is het verschrikkelijk wennen om zo nu en dan wakker te worden met de gedachte ‘vandaag moet ik niks’.